uitvaart met kinderen

Uitvaart met kleine kinderen: hoe doe je dat?

Acht allerschattigste achterkleinkinderen liet zij na, 7 lieve meisjes en 1 stoere knul. Ze noemden haar oma-oma. Een paar dagen nadat ik oma-oma had verzorgd en in haar kist had opgebaard kwamen de kinderen de kist beschilderen. De rouwkamer werd veranderd in een atelier en onder toeziend oog van ouders en grootouders gingen ze allemaal los met kwasten en verf. Eenieder maakte een tekening op de deksel van de kist, passend bij zijn of haar gevoel bij oma-oma. En tussen de schildersbedrijven door gingen ze even bij oma-oma kijken die in de naastgelegen nis lag. Op een heel natuurlijke manier hingen ze over de rand van haar kist om haar nog te zien en aan te raken. Ouders en grootouders begeleidden dit proces heel liefdevol en zorgvuldig, er was ruimte voor alle vragen die bij hen opkwamen. Oma-oma was van Indonesische afkomst en zag er zeker 25 jaar jonger uit dan ze was geworden, bijna 97.

Ze was tot het laatst toe een knappe verschijning gebleven en ook na haar overlijden bleef ze tot de dag van het afscheid heel mooi, dit was heel fijn voor de kleintjes, dat ze onveranderd oma-oma bleef. Het resultaat van de kleine kunstenaars was schitterend, Dali was er niks bij: een kakofonie van allemaal tekeningen in allemaal verschillende kleuren, een klein stukje onbeschilderd gelaten voor het bloemstuk. De sfeer was die middag heel ontspannen en natuurlijk. De dag van het afscheid kwamen we tezamen in de kerk, het leek me fijn voor de kleintjes, die zelf ook zouden spreken voor oma-oma, dat ze een keer hun eigen stem door de microfoon, uit de boxen konden horen. Dat zou op het moment suprême wellicht iets minder stress geven. Alles werd gecheckt, de handheld microfoon gaf een groen lampje en het geluid was prima. Lang-zaam praten was mijn advies, zodat iedereen goed kon verstaan wat de kids te vertellen hadden. De hele ceremonie werd nog eens virtueel doorgelopen en ze waren er allemaal helemaal klaar voor. Alleen de intocht van oma-oma gaf al kippevel, de kist – het was echt een kunstwerk – werd vergezeld door de hele familie, uiteraard met de achterkleintjes erbij. De pastoor verwelkomde mevrouw in de kerk met wijwater wat ervoor zorgde dat de artistieke uitlatingen op de deksel in een soort aquarel uitmondden. (Note to self: volgende keer fixeerspray adviseren. ) Terwijl het koor zong gingen vier van de acht achterkleinkinderen rond met de prentjes en de collectemandjes. Nu houd ik zelf helemaal niet van assistentes in uniforme pakjes met dito sjaaltjes, maar zo mooi als hier had ik het nog niet meegemaakt. Het was lief, aandoenlijk en persoonlijk. Oma-oma had dit waarschijnlijk heel mooi gevonden. Toen mochten ze zelf ook nog iets zeggen: een eigen gemaakte tekst, die ze thuis heel goed hadden geoefend, dat was duidelijk te merken. Nadat de eerste achterkleindochter haar lieve verhaal voor oma-oma had gedaan hield de handheld microfoon ermee op. Toch maar aan de catheder dan. De tweede achterkleindochter kon net bij de microfoon, staande op haar tenen lukte het ook haar om iedereen duidelijk toe te spreken. De derde achterkleindochter was de laatste spreekster, zij was nog te klein voor de microfoon en dus tilde ik haar op. Daar hing ze dan ineens, ongemakkelijk op mijn armen, haar voordracht te doen. Luid en duidelijk. De verzuring in mijn armen wenste dat ik niet zo gehamerd had op “lang-zaam” praten, ze bracht letterlijk en figuurlijk gewicht mee. Wat een kanjer, ook deze kleine dame! Bij het graf was het een menging van hartverscheurend huilen, stoer zand scheppen (“Papa, mag ik nog een keer?”), goed luisteren en ook alweer een beetje spelen. Ook hier weer die natuurlijke, ongedwongen, ontspannen sfeer. Voor mij was dit geweldig om te doen, zo mooi om te zien hoe deze familie hun allerjongsten op een heel relaxte manier betrokken bij het overlijden van hun overgrootmoeder. En ik weet zeker dat deze kinderen de rest van hun leven profijt zullen hebben van het feit dat ze op heel jonge leeftijd op deze manier begeleid werden bij het thema “levenseinde”. Dankbaar ben ik dat ik daar een hele kleine bijdrage aan mocht leveren.