Meneer woont al jaren in het seniorenwooncomplex. Hij heeft er een eigen appartement, woont er, met wat hulp van de zusters, zelfstandig. Hij is actief, doet aan alle bingosessies en biljartwedstrijden mee, is sociaal actiever dan hij ooit geweest is.

Meneer overlijdt, vrij plotseling. Hij was natuurlijk met zijn 92 jaar al op leeftijd, maar hij was topfit en een van de meest betrokken bewoners van de woongemeenschap.

Meneer wordt thuis opgebaard, op zijn eigen bed, tot aan de dag van het afscheid kunnen alle medebewoners nog bij hem op bezoek. Het is een waardevolle week, zowel voor de familie van meneer, maar ook voor zijn kameraden uit het huis en ook het personeel. Hij was geliefd, dat kon ik snel merken.

Meneer moet naar de uitvaartlocatie gebracht worden. Er komt een mooie rouwauto die hem daarnaar toe zal brengen. Van het management krijg ik te horen dat meneer via de achteruitgang het pand moet verlaten, ook de rouwauto moet naar de achterzijde komen. Men wil niet dat meneer via de voordeur naar buiten wordt gereden.

 

Mevrouw woont al zo’n 15 jaar in de zorginstelling, kent alles en iedereen daar. De laatste jaren heeft ze veel ingeleverd en is ze op een gesloten afdeling terecht gekomen. Daar heeft ze een eigen slaapkamer, op de voordeur pronkt een foto van haar, dan kan ze haar kamer beter terugvinden. Haar kortetermijngeheugen heeft haar volledig in de steek gelaten, ze vaart vooral op haar intuïtie. De omgeving en de mensen zijn vertrouwd, haar gevoel is prettig, comfortabel, veilig en ontspannen.

Mevrouw overlijdt, na kou gevat te hebben krijgt ze een longontsteking en hiervan geneest ze niet meer. Ze wordt opgebaard op haar slaapkamer, tot aan de dag van het afscheid kan iedereen haar nog gedag zeggen. Een mooie, waardevolle periode. Op de dag van het afscheid komt de rouwauto haar halen op de vierde verdieping. Ze wordt in de kist gelegd en meegenomen. Met de goederenlift wordt ze naar beneden gebracht, de personenlift is verboden voor overleden mensen. Via de leveranciersingang brengen we mevrouw naar buiten, daar staat de rouwauto klaar.

 

Een prachtige locatie in Eindhoven, ideaal om daar een afscheid vorm te geven. Zo anders dan standaard. Iedereen is het er met me eens, dit is een parel voor een mooie ceremonie. Het management begrijpt mijn vraag, maar wil er niet aan. “De kist” is niet welkom. Ze willen mensen in het, voorin het pand gelegen, restaurant niet in verlegenheid brengen. En dat begrijp ik volkomen. Maar de nooduitgang dan? “Nee, dat vinden we niet respectvol.”

Tóch kwam er een afscheid, en wat was het mooi. Meneer werd via de noodingang naar binnen en later naar buiten gebracht. Een lopende stoet sloot op straat aan en begeleide meneer dwars door de stad naar de begraafplaats. Iedereen was het ermee eens: dit was écht heel mooi.

 

Respectloos of juist heel respectvol? Het zien van een overledene (een kist) is voor veel mensen heel confronterend. We worden op onze eigen sterfelijkheid gewezen en niet iedereen kan daar even goed mee omgaan. Respect voor dit gegeven is goed. Respect voor de overledene en diens familie is vanzelfsprekend. Beide werelden bij elkaar brengen op een manier waarbij eenieder zich senang voelt is geweldig. Dank mensen van Kazerne voor een schitterend afscheid!