Baasje

Al sinds ik klein was noemt mijn vader mij Deukes. Geen idee waarom eigenlijk. En mijn vader noemt mijn moeder Bolletje, ook geen idee waarom, en de afkorting ervan is “Botje”. Mijn moeder noemt mijn vader “Baasje”, ik weet niet waarom, maar ik kan me er een ongeveer voorstelling van maken. In elk geval ben ik opgegroeid met koosnamen, sterker nog, ik ben opgegroeid met het gevoel (want dat is het echt), dat als iemand je bij de voornaam noemt, hij boos op je is. Bolletje (Botje) en Baasje noemden elkaar alleen bij de voornaam als de huiszegen scheef hing. En daar had ik als kind last van, dus dat weet ik nog heel goed.

Vitalis Woonzorg Groep

Enfin, afgelopen week heeft Deukes, samen met Bolletje, Baasje naar het verzorgingshuis gebracht. Het ging thuis niet meer, de thuissituatie werd met de dag onveiliger en nijpender en een opname was eigenlijk de enige ontsnappingsoptie uit de kritieke en moeizame omstandigheid in mijn ouderlijk huis.
Wat een persoonlijk drama, wat een verdriet en wat een verlies.
In mijn blogs schrijf ik merendeel van de tijd over de ervaring van anderen, maar dit blog wil ik graag wijden aan mijn persoonlijke ervaring met betrekking tot rouw. Want rouwen, dat is het geblazen nu. Voor zowel mijn vader, mijn moeder als ook voor mij.

Er is een tijdperk voorbij. 55 jaren hebben ze bij elkaar gewoond, met elkaar geleefd, alles gedeeld, elkaar gekoesterd en ook verwenst, elkaar getolereerd, geaccepteerd, gerespecteerd. En nu is dat tijdperk voorbij. Ze wonen vanaf nu apart.
Het brein van mijn vader kan niet meer presteren wat je van een brein verwacht. Het laat hem regelmatig in de steek en trekt volledig zijn eigen doelloze, onnavolgbare plan. Met alle misstappen en ongelukken vandien. Mijn mama leverde al jaren mantelzorg, en op het laatst zo veel dat dat nog het enige was waar haar leven om draaide: zorgen voor Baasje.

Nu kom ik zelf uit “de zorg”, en ook in mijn werk als uitvaartondernemer kom ik geregeld op verpleeg- en verzorgingsafdelingen. Maar nu sta ik aan de andere kant, ik ben niet de hulpverlener maar familie van “de patiënt”. Voor elk gebaar van aandacht of zorgzaamheid dat er door het personeel wordt gemaakt ben ik intens dankbaar. Wat ben je toch afhankelijk van de zorgzaamheid, de welwillendheid en de betrokkenheid van anderen ineens. Ik begrijp nu ook waarom menigeen bij een uitvaart het personeel van de afdeling expliciet wil bedanken voor de goede zorgen, deze mensen kunnen het proces maken of breken, draaglijker maken maar mogelijk ook verzwaren. Mijn korte ervaring is in elk geval heel positief, ze doen hun stinkende best om het mijn vader naar de zin te maken.

En dat laatste is niet makkelijk. Mijn vader voelt zich heel duidelijk beroofd van zijn vrijheid. Als we weg gaan maken we de deur met een geheime code open en mogen we pas weg als de deur achter ons in het slot is gevallen. En dan staat mijn vader aan de andere kant van de glazen deur te zwaaien met een heel beteuterd gezicht. Een aanblik die telkens weer een steen in mijn maag gooit en waar ik vermoedelijk nooit aan zal wennen.

Nu we in deze situatie zitten krijgen we ook te maken met mensen uit de omgeving. Hun steun, hun attenties, hun aandacht en hun betrokkenheid. Maar ook hun kwetsende opmerkingen, hun goedbedoelde misse uitspraken, hun geheel afwezige belangstelling. Je probeert te focussen op mensen die er wél voor je zijn, maar op de een of andere manier tillen de negatieve ervaringen veel zwaarder. Niets menselijks is ons vreemd. Als je jarig bent en 50 mensen feliciteren je, denk je aan die ene die je vergeten is. (En dat ik vandaag jarig ben heeft daar niets mee te maken, mijn verjaardagsdiner nuttig ik vanavond in het verzorgingshuis.)

Het feit dat mijn vader nu is opgenomen voelt als een schaduw, het ene moment pal voor me, dan weer onzichtbaar aan de achterkant. Maar hij is er altijd. Het voelt als een levend verlies, wat een vervelende ervaring is dit. Geslinger tussen schuldgevoel, teleurstelling, onzekerheid, medelijden en bezorgdheid.

Deze nieuwe situatie moeten we onder ogen zien, en ons leven inrichten met dit nieuwe gegeven. Alles is ineens anders, gewone alledaagse dingen voelen zelfs anders, al hebben ze er niets mee te maken. Ik hoop heel erg dat Baasje zijn draai kan gaan vinden en dat de scherpe randjes voor ons alle drie er snel van af gaan. Rouwen, het is gewoon een werkwoord.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *